papegaai.punt.nl

PBFD

 
Deze molukken kaketoe heeft PBFD overleefd,
maar de veren zullen niet meer aangroeien.
 
PBFD staat voor Psittacine Beak and Feather Disease, oftewel papegaaiachtigen snavel en veer ziekte. Wij noemen deze ziekte in Nederland bek- en vederrot. Het wordt veroorzaakt door een virus die alleen bij kromsnavels voorkomt. Er bestaat nog geen behandeling van deze ziekte, daarom is het van extra groot belang om ervoor te zorgen dat jouw kaketoe het niet krijgt.
 
Symptomen van PBFD
De meeste duidelijke en veel voorkomende symptomen van bek- en verenrot is het verlies van veren. De kaketoe wordt kaal, de veren komen niet meer terug. Vaak wordt de borst als eerste aangetast, maar uiteindelijk worden alle veren aangedaan, ook die op de kop. Soms raakt de snavel misvormt, wordt veel te lang of ontstaan er wondjes bij de snavel. In de latere stadia van de ziekte verliest de kaketoe veel gewicht en raakt het immuunsysteem aangetast waardoor hij kan overlijden aan een simpele infectie met bijvoorbeeld een schimmel. Jonge dieren gaan vaak dood aan deze ziekte, terwijl vogels die op latere leeftijd besmet raken vaak nog beter kunnen worden. De veren groeien helaas niet altijd meer aan!

De incubatietijd van bek- en verenrot is meestal 2 tot 3 weken. Soms wordt een vogel helemaal niet ziek na een besmetting, maar wordt drager. Hij heeft het virus dan bij zich maar wordt er zelf niet ziek van. Ondertussen kan hij wel andere papegaaien besmetten. Als zijn immuunsysteem laag is kan een drager uiteindelijk toch nog de ziekte ontwikkelen.
 
 
Bek- en verenrot bij een geelkuif kaketoe
 
Besmetting met PBFD
Een papegaai kan besmet worden met bek- en verenrot door een papegaai die de ziekte al heeft. Dit kan door contact met uitwerpselen, stof van de veren, voeding uit de krop en contact met ander lichaamsvocht. De mest van een besmette vogel blijft nog lang besmettelijk voor andere vogels.
Mensen kunnen niet besmet raken met PBFD, maar kunnen de ziekte wel overbrengen doordat ze virusdeeltjes op hun handen of kleding meedragen.
 
Test voor PBFD
Met een simpele bloedtest kan bek- en verenrot worden vastgesteld bij een kaketoe. Zelfs als de ziekte in latente vorm aanwezig is (de vogel is niet ziek maar toch besmettelijk) kan dit aangetoond worden. Veel verkopers leveren standaard de mogelijkheid om de kaketoe die je wilt kopen te laten testen op chlamydia (papegaaienziekte), PBFD en Polyoma.
 
Bron:  kaketoe-info
Lees meer...
Digitale handtekeningen actie PBFD
 
 
Sandra en ik streven voor een wettelijke verplichting voor het afgeven van gezondheidsverklaringen bij aankoop van papegaai, kaketoe en ara.
 
Zo'n verklaring kan u veel leed besparen, mensen die een papegaai gekocht hebben en die blijkt later de ziekte te hebben van PBFD (bek en vederrot) kunnen hierover meepraten.
 
PBFD heeft altijd de dood tot gevolg !!

                                                                 

 
Help ons mee om zoveel mogelijk handtekeningen te verzamelen,
hieronder treft u een link aan om naar de online petitie tegaan,
vul daar uw gegevens in, het kost u hooguit twee minuutjes van uw tijd en u helpt ons hiermede enorm.
 
Alleen mensen met Nederlandse nationaliteit van
18 jaar en ouder mogen tekenen,
er kunnen steekproeven gedaan worden door
de tweede kamer.
 
De online petitie:
 
http://www.axci.nl/?ln=ned&id=342

Bij voorbaat dank voor uw medewerking.

 
Groetjes van Sandra.
 
 
Lees meer...   (23 reacties)
Papegaaien ziekte
 
Eet je geen kip meer uit angst voor de vogelgriep? Of blijf je het liefst bij koeien vandaan omdat je bang bent voor de gekkekoeienziekte? Kijk dan nu ook maar uit voor papegaaien, want ook daarvan kun je doodziek worden!

Virus-, en vogeldeskundigen waarschuwen voor de Papegaaienziekte. Volgens hen wordt de Papegaaienziekte zwaar onderschat omdat het heel erg lijkt op een normaal griepje. Jaarlijks raken naar schatting honderden mensen ermee besmet terwijl ze denken dat ze gewoon verkouden zijn.

De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) is een onderzoek begonnen. Eerder bleek al een derde van de parkietjes in dierenwinkels besmet te zijn. Een klein deel daarvan (9 tot 28 procent) kan de ziekte ook weer doorgeven.
 
 
Note van sitebeheerder:
Dus mensen ga je voor een griepje naar de huisarts dan ook altijd even vermelden dat je een papegaai hebt.
Lees meer...   (5 reacties)
Polyoma

Bij de grote papegaai-achtigen en Ara's levert het polyomavirus vooral veel problemen op bij jonge vogels. Erg gevoelig zijn  o.a. grijze roodstaarten, blauwgele Ara's en edelpapegaaien. Ook bij halsbandparkieten komt dit virus inmidels op grote schaal voor. De meeste problemen zien we in de periode 1-7 weken. In het nestblok liggen soms plotseling jongen dood. het virus veroorzaakt onder andere stollingsstoornissen. Hierdoor vertonen de jongen onderhuidse bloedingen. (blauwe plekken). De houder van de dieren denkt dan dat de ouders het jong hebben doodgetrapt. ("blauwe" plekken) Helaas is de werkelijke oorzaak  (nog) erger.                                                                                            
Symptomen
Bij een minder heftig verlopende vorm groeien de jongen slecht en zeer ongelijkmatig. De krop leegt zich slecht en de eetlust neemt af. Sommige jongen krijgen een erg opgezette buik met veel vocht erin omdat het virus de lever bijna vernietigd heeft (levercirrhose). Bij andere ontstaan onderhuidse bloedingen, ontstekingen aan de veerfollikels etc.
De nestgenootjes van deze vogels die het wel overleven worden drager van het virus. Vindt de besmetting plaats op zeer jonge leeftijd dan herkent het lichaam het  virus niet als lichaamsvreemd en blijven de dieren levenslang geïnfecteerd en besmettelijk voor andere dieren. Worden de vogels (of ouders) op wat latere leeftijd geïnfecteerd dan blijft het virus ongeveer 24 weken aantoonbaar in het bloed, waarna de infectie weer verdwijnt. Ouders van jongen die de symptomen vertoont hebben moeten dus apart gezet worden. Een enkele maal zien we volledige uitgegroeide jonge of oudere vogels die ineens zonder symptomen dood liggen. Deze vogels hebben geen uitwendige symptomen maar hebben bij sectie een sterk gezwollen milt en lever.

Diagnostiek
Deze symptomen kunnen soms echter ook door andere aandoeningen veroorzaakt worden (hartgebreken, stollingsstoornissen etc.). De aanwezigheid van het polyoma virus dient ten allen tijde te worden aangetoond dmv bloedonderzoek op de aanwezigheid van virus DNA of idem maar dan bij sectie en onderzoek op virus in de organen van de overleden dieren.

Hoewel het polyomavirus veel voorkomt bij grotere kromsnavels zijn ook de kleinere kromsnavels ( grasparkieten) er erg gevoelig voor. Men onderscheidt verschillende vormen van polyoma. Er bestaan flinke verschillen in het ziektepatroon bij de verschillende kleinere papegaaiachtige.

Bij grasparkieten
kennen we een extreme vorm en een milde vorm van polyoma. Bij de extreme vorm van Polyoma ziet men tot 10 à 15 dagen een normale ontwikkeling, dan plotselinge sterfte zonder verder symptomen. Andere nestjongen van hetzelfde ouderpaar tonen een opgezwollen buik en uitdrogingsverschijnselen wat vooral goed zichtbaar is aan loopbenen en tenen, die enigszins verschrompeld aandoen, soms ziet men zenuwafwijkingen. De dons- en contourveren veren van zulke nestjongen zijn sterk onderontwikkeld en er is veel sterfte in de eerste drie levensweken, soms oplopend tot 100%. Jongen die overleven tonen bevederingstoornissen in de dekbevedering terwijl de grote vleugel- en staartpennen nauwelijks zijn ontwikkeld waardoor de vogels niet kunnen vliegen. Het zijn in alle gevallen onderontwikkelde vogels die niet meer herstellen.

Kruiperziekte
Bij de milde vorm van Polyoma - deze treedt op als de jonge vogels na de 1 ste dag met het virus worden geïnfecteerd - laten de jonge grasparkieten vlak voordat ze het nestblok verlaten, alle slag- en staartpennen vallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook de milde vorm van Polyoma verschillende gradaties kent variërend van het verlies van enkele vleugelpennen tot de zwaardere gevallen, waarbij ook de lichaamsbevedering is aangetast. In de spoel van de afgeworpen vleugelpennen zien we een roodbruine bloederige massa, zodat wel van bloedpennen gesproken wordt. De veerschachten zijn bros en tonen enigszins gekrulde baarden. Aan het einde van de schacht zijn de pennen iets geknikt. Behalve het feit dat de jonge vogels niet of nauwelijks kunnen vliegen en zich over de grond of langs het gaas kruipend voortbewegen, vandaar de benaming kruiper, zijn ze verder vitaal en lijken volkomen gezond. Deze vogels herstellen gewoonlijk na enige tijd weer normaal, waarbij de meer ernstige gevallen soms wat in groei achterblijven in vergelijking met hun niet aangetaste soortgenoten.

Bij Agaporniden onderscheidt men eveneens de peracute sterfte zonder voorafgaande symptomen. Een ander ziekteverloop bij Agaporniden wordt gekenmerkt door verschijnselen van lusteloosheid, geen eetlust, gewichtsverlies, vertraagde kroplediging, braken, diarree, uitdrogingsverschijnselen, ademhalingsproblemen en verhoogde urinevloei en vervolgens sterfte binnen een tijdsbestek van twee dagen. Bij Agaporniden blijkt bij sectie de buikholte gevuld met helder vocht en ziet men een smalle bleke milt en een bleke gezwollen lever. Bij Agaporniden treden de problemen gewoonlijk aan het licht op een leeftijd van 4 tot 16 weken. Agaporniden welke na vijf maanden met het polyomavirus in aanraking komen zullen doorgaans antistoffen opbouwen zonder ziekteverschijnselen te vertonen. Naar de oorzaak van Polyoma is vooral de laatste jaren door talrijke wetenschappers intensief onderzoek gedaan. Uit de onderzoeken is gebleken, dat de ziekte wordt veroorzaakt door het zogeheten avipolyoma-virus, een virus dat taxonomisch tot de grote familie van de papovavirussen wordt gerekend. De naam papovavirus geldt als familieaanduiding voor het Papilloma (PA), Polyoma (PO) en Vacuola (VA) virus.

Verspreiding
Volwassen vogels verspreiden het virus door huidschilfers, veerstof en uitwerpselen. Verder zijn er aanwijzingen dat het virus ook via het broedei kan worden overgebracht. Een besmettingsroute via de ademhaling wordt niet uitgesloten omdat bij onderzoeken virusdeeltjes in het longweefsel zijn aangetroffen. Door Polyoma aangetaste jonge dieren verspreiden het virus door afgeworpen veren of veerdeeltjes, huidschilfers, veerstof, de ontlasting en mogelijk ook via de ademhaling.


Dragers
Vogels die de ziekte te boven komen, kunnen 'dragers' worden en op bepaalde momenten van stress een infectiebron vormen in kweekbestanden. Een aantal vragen ten aanzien van de progressie van de ziekte zijn nog onbeantwoord gebleven. Een open vraag is nog steeds, waarom sommige kweekparen voortdurend geïnfecteerde jongen voortbrengen, terwijl andere het ene jaar gezonde nakomelingen voortbrengen en het andere jaar zieke.

Vaccin
Zoals bij vrijwel alle virusziekten zijn er nog steeds geen specifieke medicijnen om de aandoening te behandelen. In Amerika wordt momenteel nog onderzoek verricht naar een vaccin als voorbehoedmiddel tegen de ziekte. Ook wordt momenteel een vaccin met geïnactiveerd Polyoma-virus door verscheidene universiteiten getest, dit is echter nog
niet relevant voor de praktijk. Het vaccin van BIOMUNE is voorlopig toegelaten in de USA, maar nog niet officieel verkrijgbaar in Nederland. De kosten liggen rond de 20 dollar per enting per vogel. De eerste keer moet er tweemaal geënt worden met 3 weken tussentijd. Waarna de enting jaarlijks herhaald moet blijven worden.

Gezien de kosten zullen waarschijnlijk voorlopig alleen de beter gemotiveerde vogelliefhebbers met de duurdere vogelsoorten overgaan te enten. De verwachting is dan ook dat er altijd vogels zullen blijven die de besmetting kunnen verspreiden. Daarom is het zaak dat we leren omgaan met het fenomeen Polyoma. Kwekers die nog nooit metPolyoma te maken hebben gehad, dienen zich te realiseren dat juist hun bestand het meest kwetsbaar is omdat hun vogels onvoldoende of zelfs helemaal geen antistoffen tegen de ziekte hebben opgebouwd. Wanneer de ziekte onverhoopt optreedt, moeten een aantal maatregelen genomen worden om verspreiding van het virus binnen het bestand zoveel mogelijk te beperken.

Tot die maatregelen behoren:
- Bij de duurdere kromsnavelsoorten: alle directe contactvogels onderzoeken dmv een bloedonderzoek op de aanwezigheid van virus DNA en deze isoleren. Na ca 24 weken deze positieve vogels opnieuw controleren. Met de dan negatieve vogels kan weer geweekt worden. De nog steeds positieve vogels kunnen evt. na 3 maanden nogmaals onderzocht worden. Zijn deze vogels dan nog steeds positief, dan zijn deze vogels waarschijnlijk levenslang drager van het polyoma virus en gevaarlijke voor andere kromsnavels. De vogels zelf gaan vaak zelf niet meer dood aan het virus wat ze bij zich dragen. Ze zijn nog wel geschikt als solitaire huiskamervogel. En kunnen bij goede verzorging nog een respectabele leeftijd bereiken. Er bestaat geen geneesmiddel dat reeds zieke dieren weer beter maakt..


- broedkooien, broedblokken, enz. regelmatig desinfecteren met een virusdodend middel,
 bijv. Halamid;
- het gebruik van een luchtionisator, zodat zwevende stofdeeltjes die door de virussen als    
  transportmiddel gebruikt worden, snel neerslaan;
- zorgen voor een goede ventilatie en afzuiging gedurende de tijd dat de vogels actief zijn;
- als u de kweekruimte met een stofzuiger reinigt een tweede slang aan de uitlaat van het
 apparaat koppelen en deze naar buiten leiden zodat de eventueel opgezogen
 virussen niet door het hele verblijfverspreid worden;

Bij grasparkieten:
- niet meer dan 2 rondes kweken per jaar.
- geen eieren of jongen overleggen in bestanden waarin Polyoma voorkomt;
- afgeworpen veren van aangetaste dieren direct verwijderen en afvoeren.
- ernstig aangetaste jongen die - naar het zich laat aanzien - toch niet meer herstellen
  in laten slapen. Deze zware gevallen vormen een ernstige infectiebron en daardoor een
  bedreiging voor de andere kweekvogels.

Bij alle kromsnavels:
- ouders van dergelijke vogels tenminste een halfjaar
uitsluiten voor de kweek. !
Lees meer...
Kalkpoten bij papegaaien
en kaketoe's
 
Kalkpoten bij papegaaien en kaketoes, de poten lijken vol te zitten met kalkaanslag. De veroorzaker is de kalkpootmijt (cnemidocoptes), deze mijt zoekt namelijk voedsel en graaft gangen in de huid. De reactie van de huid op het graven is dat de huid een kalkachtig beslag gaat vormen op het huidoppervlak.
In sommige gevalen doet dan het gebied rond de snavel ook mee.
 
De behandeling is eigenlijk heel simpel, u smeert enkele dagen deze plekken in met paraffine of vaseline waardoor de mijten stikken.
 
Er zijn natuurlijk ook altijd wel eens ernstige gevallen en die moeten toch even bekeken worden door een vogelspecialist (dierenkliniek), u krijgt dan waarschijnlijk medicatie mee.
 
Voordat de mijt een kalkpootmijt wordt is het van belang om de kooi goed schoon te maken en te houden want hier begint namelijk het begin stadia van de levenscyclus van de kalkpootmijt.
 
Poepresten goed verwijderen, ook tussen de naden en kieren, ik raad aan om eens per maand de kooi uit elkaar te halen zover dit mogelijk is en deze goed te reinigen en dan in te sprayen met een spray dat mijt endergelijke tegen gaat.
 
Voorkomen is beter dan genezen.
Lees meer...   (7 reacties)

P.B.F.D.

De laatste jaren zijn steeds meer papegaaien besmet geraakt met een papegaaienziekte, PBFD (PSITTACINE BEAK & FEATHER DISEASE) beter bekend als BEK- EN VEDERROT.
Deze ziekte komt in twee varianten voor: of het virus zit in de veren of het zit in het bloed. Wanneer de papegaai het in zijn veren heeft is hij nog niet ziek maar kan op dat moment wel aan andere papegaaien de ziekte overbrengen. Als na 3 maanden er weer getest wordt zijn er twee mogelijkheden: of hij is het virus kwijt uit zijn veren (dan is de papegaai dus gewoon weer gezond) of het is in zijn bloed gegaan. Wanneer dit het geval is, is de papegaai ten dode opgeschreven. Op dit moment is er nog geen medicatie voorhanden.

De bek- en verenrot wordt veroorzaakt door een relatief simpel virus die de cellen van de veren de snavel besmet en dood, tevens tast het de cellen aan van het afweersysteem, hierdoor kunnen andere vogelziektes, bacteriën en andere infecties optreden. Voor zo ver bekend zijn alleen parkiet en papegaaiachtige vogels gevoelig voor het virus. Een variant op het virus is wel waargenomen bij duiven                                      

             

DIAGNOSE

Een juiste diagnose is echter alleen door een dierenarts te stellen. Hij zal een stukje veer en een paar druppeltjes bloed afnemen en opsturen naar Het Laboratorium van Dhr van Haeringen te Wageningen.

Kenmerken van besmette vogels kunnen zijn:

Veren die op onverklaarbare manier uitvallen
Veren die abnormaal dikke veerschachten hebben
Bij jonge vogels een lichte groeiachterstand
Gestolde bloed op de uitgevallen veren
De uitgevallen veren veroorzaken open plekken die rood zijn
De nog aanwezige veren zijn dof
De snavel is extra glimmend
De vogel verliest gewicht
Het eetpatroon verandert
De vogel heeft verminderde activiteit
Dunne groene ontlasting

Letwel, de genoemde kenmerken kunnen een indicatie zijn van PBFD maar natuurlijk ook van andere al dan niet onschuldige ziekten. Daarom raden wij altijd een bezoek bij de dierenarts aan voor de meest betrouwbare diagnose.

Ook bij vogels met een goed afweersysteem, is het aan de buitenkant zeer moeilijk te constateren dat ze besmet zijn met het virus.

INCUBATIETIJD

Na besmetting kunnen 3 weken later de eerste ziektebeelden al aan het licht komen, echter dit hangt af van de leeftijd, de ontwikkeling van het verenpatroon, de intensiviteit van het virus en het immuunsysteem van de vogel. Hoewel jonge papegaaien het meest gevoelig zijn voor het virus, zijn ouderen ook vatbaar.

PREVENTIE

Zeer belangrijk om de ziekte te bestrijden is dat alle papegaaienkwekers openheid van zaken geven en hun blik minder naar de portemonnee maar naar de toekomst van de papegaaien moeten richten. Want hoewel veel kwekers weten dat hun kweekkoppels zijn besmet, worden op grote schaal jonge papegaaien op de markt 'gedumpt', met alle vreselijke gevolgen vandien. Ook worden besmette vogels aan andere kwekers doorverkocht zodat al zeer veel kwekers met de besmetting in aanraking zijn gekomen. Wilt u geen besmette vogel kopen is het dus raadzaam een goede eerlijke kweker of handelaar te zoeken, dit is natuurlijk makkelijk gezegd maar hoe kan een 'leek' het kaf van het koren scheiden. Zoals we hier boven al vermeld hebben kunt u aan de buitenkant van de vogel niet altijd zien of de vogel besmet is.

Wilt u er 100 % van overtuigd zijn dat de papegaai die u koopt gewoon gezond, is het noodzakelijk dat er bij de papegaai een keuringsrapport wordt geleverd met daarin de uitslagen van o.a. de P.B.F.D.-test. Weigert de verkoper zo'n test ziet u dan af van de koop. Aangezien dit dure testen zijn, worden ze niet vaak al door de handelaren en kwekers gedaan. Dus de manier om de ziekte niet te verspreiden en uit te bannen is ieder geval geen (baby)papegaai te kopen zonder certificaat. Dit zijn over het algemeen iets duurdere vogels, echter 100% gezond.

 

 

 

Lees meer...   (9 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl