papegaai.punt.nl

Kongo Jardin

 
Jardine- of Kongo papegaai kent vier onder soorten:
Poicephalus gulielmi gulielmi
Poicephalus gulielmi massaicus
Poicephalus gulielmi fantiensis
Poicephalus gulielmi permistus
 
Beschrijving:
De Jardine of de Kongo Papegaai is ongeveer 29 cm groot, de hoofdkleur is groen, de kleuren van het vleugeldek variert van groen met een zwarte omzoming tot bijna pikzwart, de veren op de poot is oranje maar dan wel tegen roodkleurig aan en dit betreft ook de vleugelboeg.
De kopveren bevat een beetje geel-oranje met veel rood.
 
Geslachtsonderscheiding:
Zoals bij vele papegaai soorten kun je dit niet zien aan de buitenzijde en een endoscopie zal toch noodzakelijk zijn.
 
Habitat:
De Jardine of Kongo Papegaai komt voor in de Ivoorkust en in Ghana aan de westkust, tevens ook in het Zuiden van Gabon, in de Kongo, in Zaire en dan nog in een klein gebied in Kenia.
 
Kweek:
Ze leggen per nest 2 tot 4 eieren, de broedtijd is 28 dagen en na 10 weken vliegen de jonge kuikens uit en zoals bij alle papegaaien worden ze door hun ouders gevoed totdat ze het zelfstandig kunnen.
 
Geslachtsrijp:
De Jardine of de Kongo Papegaai is geslachtsrijp bij hun 4-5 jaar, de ene is er vroeger bij dan de ander, maar gemiddeld genomen moet je 4,5 jaar aannemen.
Lees meer...
Zwartkop Caique
 
 

Caiques hebben als bijzondere kenmerk hun wat wollige bevedering. Ze komen in grote aantallen voor in hun natuurlijke leefomgeving,  het Amazone gebied. Bij de caique's worden 2 soorten onderscheiden, te weten:

 1. Pionites melanocephala melanocephala - Zwartkop caique

 Bij deze soort wordt nog een ondersoort onderscheiden, namelijk de Pionites melanocephala pallida. 

Het verschil tussen beide vogels is dat bij de Pionites melanocephala pallida alle oranje gekleurde delen geel zijn.

 2. Pionites leucogaster leucogaster - Roestkop caique.

 Bij deze soort onderscheiden we de ondersoorten Pionites leucogaster xantthurus en Pionites leucogaster xanthomaria.

 Pionites leucogaster xanthomaria wordt echter als een tussenvorm gezien tussen Pionites leucogaster en Pionites melanocephala. Kruisingen tussen beide soorten komen namelijk zowel in het westelijk deel van hun verspreidingsgebied als in het noorden van Mato Grosso voor.

 Verspreiding: 

De zwartkopcaique, Pionites melanocephala melanocephala, heeft zijn verspreidingsgebied in het Zuidoosten van Columbia, een groot deel van Brazilië, het noordoosten en het zuiden van Venezuela, Guyana en Suriname.

 De ondersoort  Pionites melanocephala pallida heeft zijn verspreidingsgebied in Zuid Colombia, zuidwaarts tot Noordoost Peru en Oost-Equador.

De Pionites leucogaster leucogaster of wel Roestkop caique heeft zijn verspreidingsgebied in Noord-Brazilië, ten zuiden van het Amazone gebied in de provincie Pará en in het noordoosten Mato Grossos tot het oostelijk deel van het Amazone gebied. Pionites leucogaster xantthurus komt voor in Noordwest Brazilië.

Grootte:

Alle bovengenoemde soorten zijn ongeveer 23 cm. groot.

Karakter:

Caiques worden wel de clowns onder de vogels genoemd. Dit geeft al aan dat er veel plezier aan deze vogels is te beleven. Het zijn geen echte vliegers maar meer acrobaten die overwegend springen, klimmen en klauteren. Het zijn zeer nieuwsgierige vogels die zeer aanhankelijk richting hun verzorger(s) kunnen worden. Ze zijn bijzonder speels en aanvaarden maar al te graag alle mogelijke speeltuigen. Een wilgentak en of tak van een fruitboom wordt in enkele ogenblikken op een katachtige wijze van zijn schors ontdaan. Nadeel van caique's is dat ze vrij schrille (fluit)kreten uitten. Vooal als de vogels in paren worden gehouden kunnen ze behoorlijk wat lawaai produceren.

 Omgevingstemperatuur:

In het algemeen velangen deze vogels wel wat warmte. De soort dient derhalve de beschikking te hebben over een goed af te sluiten droog en verwarmd nachtverblijf. Het is aan te bevelen de temperatuur niet onder de 10 °C te laten komen.

Algemeen:
  
Als basis kan aan de vogels een grove zaadmengsel gegeven worden aangevuld met maiskolven in halfrijpe toestand. Verder walnoten, zonnebloempitten (met mate), ongebrande pinda's, boekweit, lijnzaad, haver, witzaad, trosgierst en kiemzaad. Daarnaast mag ook fruit (appel, sinaasappel, banaan, kiwi, vijgen e.d.) en allerlei groenten en onkruiden (sla, spinazie, andijvie, wortelen, vogelmuur e.d.) niet op het menu ontbreken. Ook mag niet vergeten worden de vogels van tijd tot tijd verse wilgen- en fruittakken te geven. Hier zullen ze de bladknoppen van eten en de schors zal gebruikt worden voor de bekleding van het nest.

 De voliere dient een minimale lengte te bezitten van 2,5 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Zoals reeds opgemerkt onder 'Omgevingstemperatuur' moeten de vogels kunnen beschikken over een goed af te sluiten droog en verwarmd nachtverblijf. Het nachtverblijf dient een afmeting te hebben van ca. 2x1x2 meter (lxbxh).

Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. Daarom is de enige manier om zekerheid over het geschlacht te krijgen die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.

 

De vogels dienen het gehele jaar door een nestkast tot hun beschikking te hebben omdat ze hier de nachten in door brengen. De 'slaapkast' zal ook, indien er geen andere nestkasten voor handen zijn, gebruikt worden als nestgelegenheid. Het nestblok dient een afmeting te hebben van 30 cm. hoog en een bodemoppervlak van 20x20 cm. Vaak knagen de vogels houtspaanders van de binnenzijde van de nestkast. Deze worden vervolgens gebruikt om er een komvormig nest van te bouwen. De broedtijd hier in Europa ligt zo rond mei. De pop legt 3 - 5 eieren. De broedduur ligt tussen de 23 en 25 dagen. De jongen vliegen op een leeftijd van ca. 9 weken uit. Ze zijn dan nog zeer onhandig en kunnen beter klimmen en klauteren dan vliegen. Twee tot drie weken nadat ze zijn uitgevlogen zijn de jongen zelfstandig. 

 

 

 
A. van Kooten

 

Lees meer...

Eyre Peninsula Zwarte Geelstaart Kaketoe bijna uitgestorven.

Het milieu department van Zuid Australië heeft een nieuwe missie: het redden van de Eyre Peninsula Zwarte geelstaart kaketoe welke bijna is uitgestorven door grote droogte. 

De kaketoes hebben in aantal hun absolute dieptepunt bereikt, er zijn er misschien nog maar 10.

De droogte heeft ervoor gezorgt dat verschilende planten niet bloeien, wat het voedselaanbod van de kaketoe niet ten goede komt.

Sarah Way van het milieu department zegt dat de situatie nijpend is.

“Dit is waarschijnlijk het ergste doemscenario omdat we bijna geen jonge aanwas hebben sinds de black Tuesday branden van 2005.”

“We hebben nesten gemonitord, eieren en jongen in het nest bekeken maar succesvolle aanwas is er pas als de jongen ook daadwerkelijk uitvliegen en het nest verlaten.”

Mevrouw Way geeft aan dat mensen kunnen helpen door iedere waarneming te melden.

“Dit is iets waar de hele gemeenschap van Eyre Peninsula bij kan helpen.”

“We hebben deze unieke noordelijke migratie. De noordelijke boeren bedrijven op Eyre Peninsula in de omgeving van Mount Damper en Mount Cooper voorzien ons van belangrijke informatie over de bewegingen van de kaketoes in de winter.”

Boswachters zeggen dat deze specifieke kaketoe soort op Eyre Peninsula uniek is en een belangrijke rol in het ecosystem vervult.
 
Bron van info en foto: © Jonker/Innemee CityParrots
Het is niet toegestaan deze tekst en foto over te nemen zonder toestemming van Jonker/Innemee CityParrots.
Mijn dank gaat uit naar Grace & Roelant.
Lees meer...   (52 reacties)
Hyacinth ara
 
De hyacinth ara, blauwe ara of Zuid-Amerikaanse ara (anodorhynchus hyacinthinus) is een papegaai van het geslacht van de blauwe ara's (anodorhynchus). Deze papegaai komt vooral voor in de regenwouden van Paraguay, Bolivia en Brazilië.
 
De hyacinth ara de grootste papegaaiensoort met een lengte van 90 tot 100 centimeter en een gewicht van ongeveer anderhalve kilo. Ze hebben een diepe kobalt-blauwe kleur, met gele ringen om hun ogen en ondersnavel. Ze eten vooral zaden en diverse fruitsoorten.
 
Hyacinth ara's zijn zeer sociale dieren die hun partner voor het leven kiezen. Ze paren in het voorjaar en leggen hun eieren
(2 tot 3) in een holle boom. Na een periode van ongeveer een maand komen de eieren uit. De jonge vogels worden dan nog ongeveer 3 en halve maand door hun ouders gevoed en verzorgt. Hierna vliegen ze uit en gaan ze voor zichzelf zorgen.
 
In gevangenschap eten hyacinth ara's net als alle andere ara's een mix van zaden, fruit en groenvoer. In een standaard zaden-mix zitten vaak vooral zonnebloempitten, maar deze mixen bevatten vaak niet genoeg vitamine A, calcium en aminozuur. Het beste is een mix van maïs, tarwe, haver, gierst, zonnebloempitten en evt. gedroogde bananen, pinda's, walnoten of rode peper. Men moet echter voorzichtig zijn met het voeren van vetrijke noten en zaden, zoals pinda's. Ook zou een hyacinth ara, net als elke papegaai regelmatig groenvoer (zoals: sla, komkommer, e.d.) en fruit moeten krijgen. Als fruit kan men de vogel bijvoorbeeld banaan, peer of appel geven. Eivoer is een belangrijke bron van dierlijk eiwit, en dus aminozuren.
 
Het is ook mogelijk om een papegaai pallets te leren eten, dit zijn een soort brokken. Hierin zitten praktisch alle voedingsstoffen die een papegaai nodig heeft, op verse groenten en fruit na. De vogel kan op deze manier niet de lekkerste zaden uit zijn mix kiezen. Het nadeel ervan is dat het moeilijk is om een papegaai pallets te leren eten.
 
Papegaaien zijn echte klimvogels. Ze kiezen er vaker voor om van het ene plekje naar het andere te klimmen dan dat ze ernaar toe vliegen. Daarom is het het beste voor de vogel dat zijn kooi horizontale spijlen heeft i.p.v. verticale, zodat hij makkelijk kan klimmen. Papegaaien zijn intelligente dieren, ze kunnen al spelenderwijs dingen leren, bijvoorbeeld hoe ze een bel moeten luiden met hun snavel of hoe ze een bakje open kunnen maken waar iets lekkers in zit.
 
Wel hebben alle papegaaien extreem veel aandacht nodig. Dit komt omdat het van nature zeer sociale wezens zijn die over het algemeen, net als bij de meeste mensen, een partner voor het leven uitkiezen. Bij gebrek aan een natuurlijke parter kiezen papegaaien een mens uit als levensgenoot. Als de vogel niet genoeg aandacht krijgt, kan hij gaan verenplukken, als reactie op de verveling en eenzaamheid.
 
Hyacinth ara's, en praktisch alle andere vogels, zijn zeer gevoelig voor de dampen die vrijkomen bij het bakken met teflon-pannen. Ook kunnen de vogels niet tegen advocado, kersenpitten, caffeïne en chocola. Ook rook van bijv. sigaretten is zeer schadelijk voor vogels.
 
 
Lees meer...   (1 reactie)
Edel papegaai
 
De edelpapegaai (Eclectus roratus) is een opmerkelijke soort omdat, in tegenstelling tot de andere papegaaiensoorten, mannetje en vrouwtje verschillend gekleurd zijn. De verschillen zijn zo groot dat het mannetje en vrouwtje eerder wel werden aangezien voor verschillende soorten.

De Edelpapegaaiman is overwegend groen met blauwe en rode accenten aan de vleugels en enkele kleurnuances aan de staart. Het vrouwtje is overwegend rood met blauwe accenten aan de vleugels en wat afwijkende kleuren aan de staart.

Edelpapegaaien worden door hun eigenaars over het algemeen beschreven als redelijk rustig, niet vernielzuchtig (dit in tegenstelling tot kaketoes en ara's), wat afstandelijk maar niet snel geneigd tot bijten. Het zijn redelijk goede praters.

De Edelpapegaai komt van nature voor in Nieuw-Guinea, Indonesië en Noord-Australië. Net als andere soorten papegaaien leven de dieren in hechte paartjes. Er komen enkele ondersoorten voor, waarbij de subtiele verschillen in uiterlijk vooral waarneembaar zijn bij de vrouwtjes.

Lees meer...   (1 reactie)
Dwerg Papegaai
 
De dwergpapegaaien (Agapornis, Grieks voor liefkozen en vogel) zijn een geslacht van kleine papegaaiachtigen dat voorkomt in Afrika.
 
In het Engels worden dwergpapegaaien ook wel lovebirds genoemd, deze benaming heeft te maken met hun aanhankelijke karakter. Ze vormen een erg hechte band met hun partner, gedurende hun hele leven. Deze eigenschap komt ook terug in de naam voor deze vogels in andere landen, zoals in het Duits die Unzertrennlichen en in het Frans les inséparables. Hierdoor wordt vaak gedacht dat men dwergpapegaaien in gevangenschap enkel in paren kan houden. Dit is niet altijd het geval; dwergpapegaaien kunnen ook een hechte band aangaan met hun eigenaars, mits er voldoende liefde en aandacht aan het vogeltje gegeven wordt.
 
Dwergpapegaaien zijn ongeveer 13-17 cm groot, hun gewicht bedraagt circa 40-60 gram en ze zijn goed te herkennen aan hun kleine stompe staart. Hierdoor vormen de dwergpapegaaien de kleinste papegaaiensoort ter wereld. Dwergpapegaaien hebben een snavel die relatief groot is vergeleken met de rest van hun lichaam. Dwergpapegaaien zijn er in vele kleuren, alhoewel de meeste groen zijn. Sommige vogels, zoals de agapornis fischeri, agapornis nigrigenis, agapornis personatus en agapornis lilianea, hebben een witte oogrand. Over het algemeen kunnen dwergpapegaaien zo'n 10 tot 15 jaar oud worden.
 
Acht van de verschillende soorten komen van het vaste land van Afrika. De negende soort, de agapornis canus, komt oorspronkelijk uit Madagaskar. In het wild zijn de leefomgevingen van de verschillende dwergpapegaaien verspreid. Dwergpapegaaien leven in kleine groepen en eten hoofdzakelijk fruit, groenten, sommige grassoorten en zaden. De agapornis taranta eet ook graag vijgen.
 
Sommige dwergpapegaaien zijn seksueel dimorfismisch. Bij deze soorten is er een duidelijk verschil tussen de man en de pop. Dit zijn de agapornis taranta, agapornis canus en agapornis swindernianus.
 
Totaal zijn er 9 soorten dwergpapegaaien:
In tegenstelling tot grotere papegaaiensoorten, die al als huisdier werden gehouden door Alexander de Grote, zijn de dwergpapegaaien pas naar Europa gekomen sinds de 18e eeuw. Dwergpapegaaien worden tegenwoordig, vanwege de grote vraag, in grote aantallen gekweekt in gevangenschap. Het zijn ideale vogels vanwege hun kleine formaat, gemakkelijke omgang en de lage kosten om ze te houden.
 
De meest frequent in gevangenschap gehouden dwergpapegaaien zijn de agapornis roseicollis, agapornis personatus en agapornis fischeri. De eerstgenoemde soorten zijn in zeer veel (ongeveer 60) verschillende kleurenstellingen beschikbaar.
 
De overige soorten zijn minder eenvoudig verkrijgbaar en niet altijd even makkelijk om als huisdier te houden.
Lees meer...   (25 reacties)
Cubaanse ara
 
De Cubaanse ara (Ara tricolor) is een uitgestorven papegaai die voorkwam op Cuba en Isla de la Juventud. Het was een kleine soort Ara, die 45 – 50 cm groot werd.
 
Een paartje werd in gevangenschap gehouden in de koninklijke menagerie van Schloss Schönbrunn in Wenen vanaf 1760.
De Cubaanse ara was redelijk algemeen rond 1800. Gedurende het begin van de negentiende eeuw, nam de menselijke bevolking ontzettend toe wat leidde to uitgebreide ontbossing. De vogel werd ook voor zijn vlees bejaagd en nesten werden geplunderd of verstoord om jonge vogels te verkrijgen die als huisdier werden gehouden. Tot in 1849 leek de soort in staat zich in ieder geval te handhaven op afgelegen plekken, maar uiteindelijk nam de populatie voorgoed af om zich nooit meer te herstellen. Van tenminste negentien exemplaren is het bestaan bekend waarvan de laatste in 1864 is doodgeschoten bij La Vega in de nabijheid van het moeras van Ciénaga de Zapata, wat het laatste bolwerk van de soort lijkt te zijn geweest. Ongeverifieerde meldingen suggereren dat de soort hier tot 1885 overleefde.

In verschillende natuurwetenschappelijke collecties over de wereld waaronder die in Berlijn en Dresden bevinden zich nog balgen van deze vogels.

Lees meer...
Het blauwkroontje
 
Het blauwkroontje (Loriculus galgulus) behoort tot de familie van de papegaaien en komt oorspronkelijk uit Indonesië, Thailand en Maleisië.

 

Uiterlijk

Het mannetje heeft een blauwe vlek op de kop en een rode keelvlek, het vrouwtje mist beide en is daardoor wat minder kleurrijk. Al vrij jong zijn zodoende de geslachten te onderscheiden. De lengte van kop tot staart is ongeveer dertien centimeter.

 

Sociaal

Dit vogeltje is heel sociaal en is het liefst in gezelschap van een of meerdere soortgenoten. Zoals de meeste papegaaiachtigen vliegt hij niet alleen, maar mag hij ook graag klauteren.

 

Verzorging

De blauwkroontjes zijn vogels die niet zonder een warme omgeving kunnen. Daarom mogen ze alleen in de warmste zomermaanden in een buitenvolière gehouden worden. Zelfs dan moeten ze op een goed beschutte plaats kunnen zitten. Hun voedsel bestaat uit allerlei zachte vruchten bijvoorbeeld vijgen, bananen, zachte peer, besjes, appels en kleine insecten. Zachte, geweekte of voorgekookte zaden komen ook in aanmerking, zoals gekookte rijst.


Zijn bijnaam "vleermuisparkiet" is ontstaan doordat hij ondersteboven, hangend aan een tak, gaat slapen.

 
Lees meer...
De Carolinaparkiet
 
De Carolinaparkiet (Conuropsis carolinensis) was de enige papegaaiensoort die inheems was in de oostelijke Verenigde Staten. Hij kwam voor van de Ohio-vallei tot de Golf van Mexico en leefde in oude bossen langs rivieren. De soort, die werd geclassificeerd in het geslacht Conuropsis is uitgestorven.

 

Uitsterven

De Carolinaparkiet stierf uit door verschillende oorzaken. Om ruimte te maken voor landbouw werden grote stukken bos gekapt, waarmee de leefgebieden werden vernietigd. De kleurrijke veren (groen lichaam, gele kop en rood rond de snavel) waren erg gewild als versierselen van dameshoeden en de dieren werden gehouden als huisdier. Hoewel de vogels makkelijk broedden in gevangenschap werd er weinig aan gedaan door hun baasjes om de populatie tamme vogels uit te breiden. Uiteindelijk werden ze in grote aantallen gedood omdat boeren ze beschouwden als een plaag, hoewel ook veel boeren ze waardeerden door hun bestrijding van invasieve planten zoals stekelnoot.

Een factor die bijdroeg aan hun uitsterven was hun samenscholingsgedrag dat er toe leidde dat ze onmiddellijk terugkeerden naar een plek waar sommige vogels juist waren gedood. Dit leidde ertoe dat er zelfs nog meer vogels werden doodgeschoten door jagers als ze zich verzamelden rond de gewonde en doodgeschoten vogels van de kolonie.

Deze combinatie van factoren leidde ertoe dat de soort uitgeroeid werd in het grootste gedeelte van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied aan het begin van de twintigste eeuw. De laatste populaties werden echter niet hevig bejaagd voor hun vlees of veren en ook de boeren van het platteland in Florida beschouwden hen niet als plaag omdat de voordelen van hun liefde voor stekelnoten duidelijk opwoog tegen de schade die ze aanrichtten aan de kleinschalige akkers. Het uiteindelijke uitsterven van de vogel is enigszins een mysterie, maar de waarschijnlijkste oorzaak lijkt dat de vogels bezweken zijn aan een pluimveeziekte zoals wordt gesuggereerd door het snelle verdwijnen van de laatste, kleine, maar schijnbaar gezonde en zich voortplantende kolonies van deze zeer sociale vogels.

Het laatste wilde exemplaar werd in 1913 gedood in Okeechobee County in Florida. De laatste in gevangenschap gehouden vogel stierf in de Cincinnati Zoo and Botanical Garden in 1918. Dit was het mannetje "Incas" dat binnen een jaar stierf na zijn partner "Lady Jane".

Op een bepaalde dag tussen 1937 en 1955 werden drie parkieten die leken op de Carolinaparkiet gezien en gefilmd in het okefenokeemoeras in Georgia. De National Audubon Society concludeerde echter na het bestuderen van de filmbeelden dat het waarschijnlijk ging om verwilderde parkieten. Andere rapporten van waarnemingen van de vogel werden gedaan in Okeechobee County in Florida tot aan het einde van de jaren twintig van de twintigste eeuw, maar hier is geen bewijsmateriaal van.

De ondersoort uit Louisiana verschilde enigszins in kleur en was meer blauwig-groen en over het algemeen iets lichter gekleurd. Deze ondersoort ging op vergelijkbare wijze ten onder en stierf aan het begin van de jaren tien van de twintigste eeuw uit.

Musea over de hele wereld hebben nog zo’n 700 huiden in bezit.

Hoewel het uitsterven van de Carolinaparkiet het onherroepelijke verlies van de enige echte inheemse papegaai van Noord-Amerika betekende, komt er vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw een geïntroduceerde soort voor, de monniksparkiet (Myiopsitta monacha) die kolonies heeft gevestigd in verschillende staten waaronder New York, New Jersey, Illinois, Florida, Louisiana en Texas door ontsnappingen of doordat de vogel door mensen bewust is uitgezet. Kleinere verwilderde populaties van verschillende soorten papegaaien en parkieten hebben zich sindsdien gevestigd op verschillende plekken in de Verenigde Staten, waaronder Pasadena (Californië).

Lees meer...
De monniksparkiet
 
De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is een parkiet uit Argentinië en het zuidelijke deel van Brazilië in Zuid-Amerika. Het dier is ook bekend onder de naam muisparkiet. Als exoot doen deze vogels het goed in Europa en Noord-Amerika.

De monniksparkiet bouwt zijn nest in kolonies met vele parkieten. Het is voorgekomen dat een dergelijke "parkietenflat" het formaat had van een kleine auto. Dit gedrag is vrij ongewoon voor een papegaai en is waarschijnlijk geëvolueerd omdat op de pampas weinig bomen groeien en de aanwezige nestruimte efficiënt moest worden gebruikt.

 

Monniksparkieten in Nederland

Ook in Nederland is deze soort verwilderd. Zo is in 2003 een grote zwerm aangetroffen in Wageningen.

Het komt voor dat Monniksparkieten "halfwild" leven. Dat wil zeggen dat ze vrij kunnen vliegen (en meestal nestelen) maar dat ze voor voedsel bij hun eigenaar terecht kunnen.

De gangbare methode is om dieren eerst in een volière aan de omgeving (bijvoorbeeld de achtertuin) te laten wennen en hen na een aantal maanden pas los te laten. De kans is groot dat de dieren terug blijven komen voor voedsel. Die kans wordt groter als meerdere dieren samenwerken en gezamenlijk vrij vliegen. De monniksparkiet is een sociaal dier en zal anders op zoek gaan naar een andere kolonie. Bovendien zorgt het vrij laten in groepen ervoor dat de dieren gaan nestelen. Hierdoor kunnen het er snel meer worden.

Ouwehands Dierenpark in Rhenen heeft een grote zwerm vrijvliegende monniksparkieten.

Lees meer...   (1 reactie)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl